STADS Fysiotherapie

Motorische achterstand

Ieder kind leert bewegen in zijn eigen tempo, en wij kijken graag met je mee.

Zonder verwijzing welkomBinnen 48 uur een afspraakContract met alle zorgverzekeraars

Medisch nagekeken door Gijs Beesems, fysiotherapeut en manueel therapeut (MSc) · oktober 2026

Je merkt dat je kind later gaat rollen, zitten, kruipen of lopen dan andere kinderen. Of je ziet dat je peuter of kleuter vaker valt, minder graag klimt of moeite heeft met springen en fietsen. Op deze pagina lees je wat een motorische achterstand is, waarom kinderen hierin zo verschillen en wanneer kinderfysiotherapie kan helpen.

Wat is een motorische achterstand?

Motoriek is alles wat met bewegen te maken heeft. Grove motoriek gaat over grote bewegingen met het hele lichaam, zoals rollen, zitten, kruipen, lopen, rennen en springen. Fijne motoriek gaat over de kleine bewegingen van handen en vingers.

Kinderen leren bewegen in een vaste volgorde, maar niet volgens een strakke tijdlijn. De meeste kinderen lopen bijvoorbeeld los ergens tussen ongeveer 9 en 18 maanden. Dat is een flinke spreiding, en binnen die marge is alles gewoon. Ook slaan sommige kinderen een stap over, zoals kruipen, en ontwikkelen ze zich verder prima.

We spreken van een motorische achterstand als een kind duidelijk later is met zijn bewegingsmijlpalen dan je op zijn leeftijd mag verwachten, of als de kwaliteit van bewegen opvalt. Een achterstand is een beschrijving van wat we zien, geen diagnose. Het zegt nog niets over de oorzaak en ook niet over hoe het verder gaat.

Welke signalen kun je zien?

  • Je baby houdt het hoofdje nog weinig op of rolt nog niet om, terwijl leeftijdsgenootjes dat wel doen.
  • Je kind zit, kruipt of loopt duidelijk later dan de meeste kinderen.
  • Je kind voelt slap of juist erg stijf aan bij het oppakken.
  • Je peuter of kleuter valt vaak, struikelt snel of is snel moe bij bewegen.
  • Rennen, springen, traplopen of klimmen lukt minder goed dan bij leeftijdsgenoten.
  • Je kind vermijdt bewegingsspel of doet liever alleen rustige activiteiten.

Hoe ontstaat een motorische achterstand?

Vaak is er geen duidelijke oorzaak te vinden. Veel kinderen hebben gewoon een eigen, wat rustiger tempo. Temperament speelt ook mee: een voorzichtig kind dat eerst goed kijkt, waagt zich soms later aan nieuwe bewegingen.

Daarnaast kunnen kinderen minder bewegingservaring opdoen dan ze nodig hebben. Bijvoorbeeld als ze veel in een wipstoel, autostoel of box liggen, weinig op de buik spelen of na een periode van ziekte of ziekenhuisopname wat achter zijn geraakt. Met meer oefenkansen haalt een kind dat vaak weer in.

Lichamelijke factoren kunnen een rol spelen, zoals vroeggeboorte, een lage spierspanning, erg soepele gewrichten, overgewicht of een voorkeurshouding in de eerste maanden. Ook zicht- of gehoorproblemen kunnen het bewegen beïnvloeden.

Soms is een motorische achterstand een eerste signaal van een onderliggende aandoening, zoals een neurologische of spieraandoening, een syndroom of een bredere ontwikkelingsachterstand. Dat is niet vaak zo, maar het is wel de reden dat het belangrijk is dat een kinderfysiotherapeut, huisarts of jeugdarts goed meekijkt als de achterstand blijft bestaan.

Hoe lang duurt het?

Dat hangt vooral af van de oorzaak. Kinderen die simpelweg wat meer tijd of oefenkansen nodig hebben, halen hun achterstand vaak in, soms al binnen enkele maanden. Kinderen bij wie een onderliggende aandoening meespeelt, hebben meestal langer begeleiding nodig en ontwikkelen zich op hun eigen manier.

We kunnen vooraf geen termijn beloven. Wat we wel doen, is de ontwikkeling van je kind regelmatig opnieuw bekijken. Zo zie je samen met ons of je kind vooruitgaat, en kunnen we de aanpak bijsturen. Soms is na een paar afspraken en goede adviezen al duidelijk dat je kind het verder zelf goed oppakt.

Wanneer naar de kinderfysiotherapeut?

  • Je kind loopt aan het eind van de normale spreiding nog duidelijk achter, bijvoorbeeld nog niet los lopen rond 18 maanden.
  • Je twijfelt of je kind goed beweegt, bijvoorbeeld omdat het slap, stijf of scheef aanvoelt.
  • Je kind gebruikt één kant van het lichaam duidelijk minder.
  • Je peuter of kleuter valt veel vaker dan leeftijdsgenoten of komt niet mee bij buitenspelen of gym.
  • Het consultatiebureau, de jeugdarts of de kinderdagverblijfleiding adviseert om naar de motoriek te laten kijken.

Kom je er zelf niet uit?

Onze fysio- en ergotherapeuten kijken graag met je mee. In de meeste gevallen kun je zonder verwijzing terecht, in Eindhoven of Tilburg.

Wanneer naar de huisarts, het consultatiebureau of de jeugdarts?

Neem direct contact op met de huisarts of jeugdarts als je kind vaardigheden verliest die het al beheerste, als je kind ineens slapper of zwakker wordt, of als één arm of been duidelijk anders beweegt dan de andere kant. Ook als je baby slecht drinkt, erg slap is of weinig contact maakt, laat je dit eerst door een arts beoordelen. Twijfel je, bel dan gewoon even.

Zo helpt STADS bij een motorische achterstand

We beginnen met een rustig gesprek met jou over de zwangerschap, de geboorte, de ontwikkeling tot nu toe en je zorgen. Daarna kijken we hoe je kind beweegt, het liefst tijdens spel, want dan laat een kind het meest zien. Waar zinvol gebruiken we een gestandaardiseerde motoriektest. Zo kunnen we de ontwikkeling vergelijken met die van leeftijdsgenoten en later goed volgen.

Daarna vertellen we je wat we zien en wat dat volgens ons betekent. Soms is het advies om rustig af te wachten, met wat praktische tips. Soms is begeleiding zinvol. Dan stellen we samen doelen die passen bij jullie gezin, bijvoorbeeld zelfstandig gaan zitten, los lopen of meedoen op het schoolplein.

Onze kinderfysiotherapeuten werken speels en doelgericht. Je kind oefent met uitdagende spelletjes en bewegingen die net iets moeilijker zijn dan wat het al kan. We bouwen dat geleidelijk op. Jij leert hoe je thuis tijdens het verzorgen en spelen de ontwikkeling kunt stimuleren, zonder dat het voelt als huiswerk.

Spelen er ook vragen over fijne motoriek, zelfredzaamheid of prikkelverwerking, dan werken we samen met onze collega's van kinderergotherapie en sensorische integratietherapie. Vinden we signalen die medisch onderzoek nodig hebben, dan bespreken we dat met je en stemmen we af met de huisarts of jeugdarts.

Wat kun je zelf doen?

  • Leg je baby als het wakker is regelmatig op de buik, onder toezicht, en laat het altijd op de rug slapen.
  • Beperk de tijd in wipstoel, autostoel en box en geef je kind veel vrije ruimte op de grond.
  • Leg speelgoed net buiten bereik, zodat je kind wordt uitgedaagd om te rollen, te reiken of te kruipen.
  • Ga met een peuter of kleuter veel naar buiten: klimmen, rennen, schommelen en fietsen zijn ideale oefeningen.
  • Laat je kind blootsvoets bewegen in huis, dat helpt het evenwicht en het voelen.
  • Vergelijk niet te veel met andere kinderen en geniet van elke stap die je kind zet.

Goed om te weten

Veelgestelde vragen

Mijn kind kruipt niet. Is dat erg?

Meestal niet. Een deel van de kinderen slaat het kruipen over en gaat bijvoorbeeld billenschuiven, optrekken of meteen lopen. Zolang je kind andere manieren vindt om zich te verplaatsen, beide kanten van het lichaam goed gebruikt en zich verder ontwikkelt, is er doorgaans geen reden tot zorg. Twijfel je, dan kijken we graag even mee.

Wanneer moet mijn kind los lopen?

De meeste kinderen lopen los ergens tussen ongeveer 9 en 18 maanden. Dat is een brede spreiding en dat is normaal. Loopt je kind rond 18 maanden nog niet los, of maak je je om een andere reden zorgen, bespreek dit dan met het consultatiebureau of laat je kind onderzoeken door een kinderfysiotherapeut.

Hoe vaak moet mijn kind komen?

Dat verschilt per kind en per hulpvraag. Soms is een onderzoek met adviezen genoeg en zien we je kind na een paar maanden terug voor controle. Bij andere kinderen is een behandelreeks zinvol. We bespreken dit altijd samen met jou en passen het aan als je kind vooruitgaat. Wat thuis gebeurt, is minstens zo belangrijk als de behandeling bij ons.

Heb ik een verwijzing nodig voor kinderfysiotherapie?

Nee, in de meeste gevallen kun je zonder verwijzing bij ons terecht. We starten dan met een korte screening om te kijken of kinderfysiotherapie past bij de hulpvraag van je kind. Dat geldt ook voor kinderergotherapie. Soms vragen we om informatie van de huisarts, jeugdarts of specialist, bijvoorbeeld als je kind al eerder onderzocht is. Zo sluiten we goed aan bij wat er al bekend is.

Wordt de behandeling vergoed?

Dat hangt af van de verzekering en het eventuele aanvullende pakket. Voor kinderen tot 18 jaar wordt kinderfysiotherapie vaak (deels) uit de basisverzekering vergoed, voor een beperkt aantal behandelingen per jaar. Voor sommige chronische aandoeningen geldt een andere regeling. Ook kinderergotherapie wordt vaak voor een aantal uren per jaar uit de basisverzekering vergoed. Kijk voor meer uitleg bij vergoedingen en tarieven of vraag het ons gerust.

Onze locaties

Twee praktijken, één team

In Eindhoven en in Tilburg werken fysiotherapeuten en ergotherapeuten samen onder één dak. Kies de praktijk die voor jou het makkelijkst is.

Eindhoven

STADS Fysiotherapie Eindhoven aan de Geldropseweg 28

Centraal aan de Geldropseweg, met ruime behandelkamers en een grote oefenruimte. Goed bereikbaar met fiets, OV en auto. Meer over onze praktijk in Eindhoven

Adres

Geldropseweg 28
5611 SJ Eindhoven
Gratis parkeren achter het gebouw

Plan je route

Tilburg

STADS Fysiotherapie Tilburg aan de Reeshofweg 40

Midden in de Reeshof en vlak bij de afslag van de A58. Ook goed bereikbaar vanuit de omliggende dorpen. Meer over onze praktijk in Tilburg

Adres

Reeshofweg 40
5036 BK Tilburg
Ma t/m vr, 8.00 tot 18.00 uur

Plan je route

Even overleggen

Liever eerst iemand spreken?

Twijfel je of we je kunnen helpen, of heb je een vraag over je behandeling of vergoeding? Neem gerust contact op.

Bel de praktijk

Je krijgt direct iemand van ons aan de lijn. We kijken meteen samen in de agenda.

Laat je gegevens achter

Vul het contactformulier in, dan nemen we zo snel mogelijk contact met je op.