Motorische achterstand bij kinderen

Wat valt op bij een motorische achterstand?

Hoe een motorische achterstand zich uit, hangt af van de leeftijd. Bij jonge kinderen valt meestal op dat ze zich langzamer ontwikkelen: laat gaan rollen, kruipen of lopen.

Bij oudere kinderen komt het vaker naar voren tijdens de gymles en bij het sporten. Dat zijn de kinderen die wat onhandiger zijn, minder goed meekomen, en soms als laatste gekozen worden bij het teamsamenstellen. Dat raakt vaak meer dan alleen het bewegen.

Grove en fijne motoriek

Bij de grove motoriek gaat het om de grote bewegingen: rennen, springen, klimmen, vangen, fietsen. Bij de fijne motoriek om de kleine: schrijven, knippen, veters strikken, kralen rijgen, eten met bestek.

Een kind kan op één van beide achterlopen of op allebei. Dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt waar we mee aan de slag gaan. Loopt vooral de fijne motoriek achter, kijk dan ook eens op onze pagina over achterstand in de fijne motoriek.

Wanneer naar de kinderfysiotherapeut?

Bij jongere kinderen is het vaak het consultatiebureau dat aangeeft dat de ontwikkeling achterblijft. De kinderfysiotherapeut kan dan helpen die ontwikkeling te stimuleren.

Bij oudere kinderen valt het meestal op school op. Ouders krijgen dan vaak van de leerkracht of de gymdocent het advies om contact op te nemen. Je hebt geen verwijzing nodig; je kunt rechtstreeks bij ons terecht.

Hoe stellen we het vast?

We beginnen met een gesprek: wat valt jou op, wat vindt je kind zelf lastig, en waar loopt het in het dagelijks leven op vast? Daarna kijken we je kind zien bewegen, zowel vrij als in gerichte opdrachten.

Waar dat zinvol is gebruiken we een gestandaardiseerde test, zodat we het niveau van je kind kunnen vergelijken met dat van leeftijdsgenoten. Dat geeft een objectief startpunt, en maakt later zichtbaar wat er vooruit is gegaan.

Wat doet de kinderfysiotherapeut?

Blijkt uit het onderzoek dat er inderdaad een achterstand is, dan oefenen we gericht op de vaardigheden waar je kind moeite mee heeft. Op een niveau dat net genoeg uitdaging geeft: te makkelijk levert niets op, te moeilijk haalt het plezier eruit.

Dat plezier is geen bijzaak. Kinderen die het bewegen leuk vinden, bewegen meer, en daardoor gaat de ontwikkeling vanzelf sneller. Veel van wat we doen is dan ook spel.

Wat kun je thuis doen?

  • Oefen kort en vaak. Tien minuten per dag werkt beter dan een uur op zondag.
  • Kies iets dat je kind leuk vindt, ook als het niet precies de oefening is.
  • Laat je kind zelf ontdekken. Voordoen mag, overnemen liever niet.
  • Buiten spelen, klimmen en klauteren traint meer dan welke oefening ook.
  • Vergelijk niet met broertjes, zusjes of klasgenoten. Vergelijk met vorige maand.

Start vandaag nog met je herstel

Onze fysio- en ergotherapeuten helpen je snel je klachten te verminderen. Dus waar wacht je nog op?

040 – 311 1151 (Eindhoven)
013 – 303 0361 (Tilburg)

Maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 18.00 kun je bij ons terecht!

Balie met afspraakkaartjes in wachtruimte met veel daglicht en planten bij STADS Fysiotherapie